Crenicichla proteus, Cope 1872

home | index artikelen

Crenicichla proteus Cope 1872

Een oude maar onbekende Crenicichla.

door Mets Westra


Het zal ongeveer 3 jaar geleden zijn geweest, dat ik met 2 aquariumvrienden bij een NVC-lid aanwaaide om diens bak te bekijken. In de woonkamer stond een 3 meter bak waarin een koppel Crenicichla lugubris de blikvangers waren. Deze ontmoeting is de aanzet geweest tot de passie die ik nu heb voor het geslacht Crenicichla.
Enkele maanden na dit bezoek kwam ik in een aquariumzaak een Crenicichla soort tegen, die direct van eigenaar wisselde. Na enig speurwerk in literatuur, bleek het te gaan om Crenicichla sp. venezuela (strigata). Jammer genoeg heb ik ze na enkele maanden van de hand moeten doen in verband met een verhuizing en gebrek aan opvang. In ons nieuwe huis werd direct weer een aquarium geplaatst en begon de speurtocht naar nieuwe Crenicichla's. Dit werd na lang zoeken de Crenicichla compressiceps, een van de kleinste soorten binnen het geslacht. Helaas, enkele maanden na aanschaf, gaven ze de geest, door onbekende oorzaak. Na enige tijd kon ik via een vriend een aantal Crenicichla's sinop bestellen, maar ook deze vissen was geen lang leven beschoren. De doodsoorzaak leek sterk op die van de compressiceps. De symptomen waren een zeer snelle ademhaling, sterk donker kleuren en uiteindelijk niet meer eten en opzwellen. Alle andere vissen in de bak hadden nergens last van. Vrij snel daarna kocht ik een 4-tal halfwas crenichichla's, die aangeboden werden onder de naam lepidota. Een vriend van me ontdekte op internet, dat het ging om Crenicichla proteus.

Crenicichla proteus, vrouw bij het legsel.
Crenicichla proteus is een vertegenwoordiger uit de Saxatillis groep. Lange tijd was Cr. proteus synoniem aan Cr. saxatilis, maar moet nu als zelfstandige soort worden beschouwd (Kullander, 1986). Als synoniem wordt ook wel de naam Cr. proteus var. Argynnis gebruikt ( Cope, 1872) en Batrachops nemmopterus ( Fowler, 1940). De meeste vertegenwoordigers uit het geslacht Saxatilis worden niet groter dan 25 cm. De vrouwtjes blijven meestal kleiner dan 20 cm. Cr. Proteus wordt ongeveer 20 cm, het vrouwtje is ongeveer 1/3 kleiner. Het identificeren van soorten in dit geslacht is niet zo eenvoudig, omdat ze sterk op elkaar lijken. Speciale kenmerken van proteus zijn de vlekken en de aanwezigheid van een azuurblauwe streep in de rugvin. Het vlekkenpatroon verschilt sterk per vis. Dit laatste komt tot uiting in de naam (proteus betekent meervoudig, veranderlijk). De mannetjes kenmerken zich door verlengde vinstralen aan de rugvin, die rood gekleurd zijn. Een ander opvallend kenmerk is dat beide geslachten een min of meer een driehoekige vlek onder het oog hebben, die bij andere soorten uit dit geslacht niet voorkomt.

Verspreidingsgebied.

Cr. Proteus komt voor in de Rio Aquarico en in de bovenloop van de Rio Napo in Peru en Equador, in de bovenloop van de Putumayo en de bovenloop van de Ucayali, in de omgeving van Pucallpa in Pacchitea, de Aquaytia en de Callaria in de omgeving van Pebas, Jenaro Herrera, Monte Bello en Contamana. Ook in de Rio Salimoes en de Ambiyacu is proteus aangetroffen. Het zijn over het algemeen wit-water rivieren. Het zicht bedraagt veelal niet meer dan een halve meter. De kleur van het water is meestal leemgeel en de bodem leemachtig. De Ph ligt tussen de 6.5 en 6.9. Humuszuren ontbreken. De electrische geleidbaarheid ligt tussen de 30 en70 Us/cm.

Crenicichla proteus, man

Gedrag in het aquarium.

Het koppel proteus zwemt bij mij in een aquarium van 150x60x60. De inrichting bestaat uit grote stukken kienhout, rolkeien, kiezels en fijn zand. Boven in het aquarium hangen wortels van Scindapsis (een klimplant). De bak wordt verder bewoond door 9 Metynnis hypsauchen, 3 Satanoperca's leucosticta en 4 Hoplosternum thoracatum info.
De vissen worden volledig met rust gelaten, totdat het koppel aanstalten maakte om af te zetten. In het begin- stadium, waarbij de mogelijke afzetplaatsen worden onderzocht, was het meestal een korte felle aanval naar vissen die te dicht in de buurt kwamen. Nadat er was afgezet doorkruiste het mannetje de bak, maar was niet agressief ten opzichte van zijn medebewoners. Het vrouwtje daar en tegen, schoot uit het hol zodra er ook maar iets in de buurt kwam. Nadat de jongen waren uitgekomen had de overige vispopulatie slechts één hoekje van de bak tot hun beschikking. Hierin werden ze, zodra ze er uit zwommen, direct terug gejaagd door het mannetje.
Nadat ik de jongen had afgeheveld keerde de rust weer en binnen een dag zwom de rest van de vissen weer door de hele bak. Dit was echter van korte duur. Binnen enkele weken werd er al weer afgezet en ontstond dezelfde situatie. De agressie van proteus valt nogal mee. Als de bak groot genoeg is zullen er zeker geen doden vallen en blijven beschadigingen aan andere vissen beperkt tot wat kapotte vinnen. Mogelijk zou er op den duur bij andere vissen stress kunnen optreden als er regelmatig zou worden afgezet of dat de jongen lange tijd in de bak worden verzorgd.

Voedsel.

 

Crenicichla proteus is een echte carnivoor. Alle diepvriesvoer wordt in grote hoeveelheden verorberd. Mysis en rode muggenlarven zijn favoriet. Ook voer ik regelmatig kleine voorntjes, die met een kruisnet uit een naburige vijver worden gevangen en ook regenwormen en heel af en toe wat maden, complementeren het menu. In enkele maanden groeien ze van 8 naar 18 cm (mannetje) en 14 cm (vrouwtje). Door het voeren met levende visjes kan je het jacht instinkt goed observeren. Vanuit stilstand schieten ze op hun prooi af, nadat ze heel geleidelijk zo dicht mogelijk in de buurt proberen te komen. De werkelijke aanval is meestal zo snel dat je amper kan waarnemen dat de prooi wordt gegrepen. Droogvoer willen ze bij mij niet eten, maar een aantal jongen die ik bij een vriend in de bak had zwemmen, vreten het wel.

Kweek.

Van de 4 gekochte vissen vormden zich 2 koppels. Het ene koppel zat in het aquarium van 150x60x60. Het andere koppel zat in een bak van 120x30x30. Beide koppels hebben diverse keren jongen gehad, maar de jongen in de grote bak heb ik aldoor verwijderd om de overige vissen te ontzien. Het verslag gaat dan ook over het koppel in het aquarium van 120x30x30. De foto's zijn gemaakt in de grote bak uit esthetische en foto technische overwegingen.

Crenicichla proteus, koppel bij het legsel.
Eind november 1999 liet ik het koppel los in een aquarium ingericht met kienhout en rolkeien. Deze elementen vormden samen enkele holen. Het aquarium wordt gefilterd d.m.v. een bodemfilter gecombineerd met een binnenfilter, dat voor extra stroming in het water zorgde. De temperatuur van het water bedraagt 24 à 25 C.
De Ph 6.8, de Gh 5, Kh 1 en nitraat 25. Het water in de bak bestaat uit 90% regenwater en 10% leidingwater.
Eénmaal in de week wordt er 25 liter water ververst.
Begin december zag ik dat het vrouwtje een prachtig roze buik had en pronkte tegen het mannetje. De buikpartij werd lichter en de rest van het lichaam donkerder. Dit trok het mannetje aan, die dan probeerde om voor het vrouwtje te komen en alle verticale vinnen spreidde. Ook werd er heftig met de staart heen en weer bewogen. Het mannetje maakte indruk door zijn kieuwdeksels uit te zetten. Op 14 december ontdekte ik eieren tegen de onderkant van een rolkei. Ze hingen in ordelijke rijtjes naast elkaar. 18 december lag er een hoop wriemelende jongen in een kuiltje op de bodem, die tot m'n schrik de volgende dag waren verdwenen. Turen en speuren in de bak, maar geen jong te ontdekken. Opgegeten? De verrassing is groot als ik 28 december een grote wolk jongen tussen de ouders zie zwemmen!

Oudervissen tijdens de broedzorg.


De ouders zijn gedurende de broedperiode zeer waakzaam, met name het mannetje verdedigt de jongen fel tegen indringers. De ouders hebben tijdens de broedzorg een donkere streep over de zijkant van het lichaam en donkere dwarsbanden op de rug. s' Avonds worden de jongen in de bek genomen en naar een slaapplaats onder een steen of stuk kienhout gebracht. Dit houdt ongeveer na 2 weken op, omdat de jongen dan kennelijk te groot worden. Na deze periode zwermen de jongen ook steeds verder bij de ouders vandaan, maar worden dan wel teruggehaald. Zelfs na 4 maanden zwommen er nog jongen bij de ouders, die niet aangevallen worden door de ouders, maar van echte zorg is geen sprake meer.

Opfok jongbroed.


Jongen, ca. 2 maand oud.
De jongen waren, nadat ze vrij zwommen, ongeveer een halve centimeter lang en hadden een zwarte lengtestreep over het lijf van kop tot staart. De jongen leken in de eerste weken precies op die van Cr. cardiostigma. De eerste week heb ik ze met microaaltjes gevoerd, maar door hun enorme vraatzucht leverden de kweekjes niet genoeg voedsel. Als alternatief heb ik diepvriesvoer, zoals rode mug (zijn ze verzot op) zwarte mug en mysis met een scheermesje zo fijn mogelijk gesneden en dit gevoerd. De jongen kregen 3 tot 5 keer per dag vreten en groeiden als kool. Eind januari waren er al jongen bij van ander halve centimeter. Ze verorberen voedsel dat de helft van hun eigen lengte is, al was het met moeite. Een maand later waren de jongen 4 cm. De groei bleef in een snel tempo doorgaan. Na 4 maand was te zien of het mannetjes of vrouwtjes waren. Op dit tijdstip verschenen er vlekken op de rugvin bij de vrouwtjes. Na 6 maand waren de grootste jongen ongeveer 8 à 10 cm en hadden enkele vrouwtjes al een roze buikpartij. Op dat moment zijn veel mannetjes nog enkele cm kleiner dan de wijfjes. Na ongeveer 8 maanden is dit verschil ingelopen en groeien de mannetjes sneller door dan de vrouwtjes. Een ander opvallend feit was dat het legsel bestond uit 80% vrouwtjes. Wat hiervan de oorzaak was, is me een raadsel. Misschien is dit soort gebonden of ligt het aan de temperatuur van het water. Wellicht kan iemand anders hieromtrent meer duidelijkheid verschaffen.

Inmiddels heb ik diverse nestjes gehad bij deze prachtige vissen. Jammer genoeg is er weinig tot geen interesse onder de Cichliden-liefhebbers voor deze boeiende vissen. Naar mijn mening berust dit op het feit dat deze vissen in de literatuur als erg agressief tegenover andere vissen, maar ook soortgenoten, wordt afgeschilderd. Bij de koppels die ik heb verzorgd blijkt dit geenszins. Slechts één maal heb ik geconstateerd dat het vrouwtje op haar donder kreeg en vervolgens een dag boven in de bak beschutting had gezocht. Dit gebeurde na een extra hoeveelheid water verversen. Neem daarom deze prachtig gekleurde vissen met hun fascinerende gedrag eens in uw aquarium.

Literatuur:

Warzel. F. 1994. Het geslacht Crenicichla ( deel 1 ) Cichlasoma 4 blz. 270-281
Werner. U. 1992 Crenicihla Saxatilis und seine verwandten. Datz 45 blz. 696-700
Werner. U. 1997 Crenicichla cardiostigma Ploeg, 1991. Cichlidae 23-5, oktober 1997 blz. 120 t/ m 124
Werner. U. 1988 Zwei neu eingefurhrte hechtbuntbarsche aus Ekuador. Datz 1988 3 blz. 111 t/ m 113

Internet: http://www.geocities.com/NapaValley/5491/proteuspage.html. Foto's by V. Kutty.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de periodiek van de NVC, jrg. 27, no. 1.


voor reacties: mail mets westra

Crenicichla proteus, vrouw
Crenicichla proteus, man

 

Crenicichla proteus

TOP

VERSPREIDING

GEDRAG

VOEDSEL

KWEEK

OPFOK

LITERATUUR